Kroller Boom

Kort&Bondig december 2011

Wetsvoorstel aanpassing AOW

Pensioenakkoord juni 2011

Weet u het nog? Op 10 juni jl. heeft het Kabinet een pensioenakkoord bereikt met de sociale partners. In dit pensioenakkoord zijn afspraken gemaakt over de toekomst van ons pensioenstelsel. Naar aanleiding van dit akkoord heeft Minister Kamp van Sociale Zaken en Werkgelegenheid het wetsvoorstel 'Wet verhoging pensioenleeftijd, extra verhoging AOW en flexibilisering ingangsdatum AOW' op 12 oktober jl. bij de Tweede Kamer ingediend. Met dit wetsvoorstel wordt de Algemene Ouderdomswet (AOW) en de fiscale wetgeving aangepast.

Wijzigingen in de AOW

De AOW-leeftijd gaat in 2020 naar 66 jaar en in 2025 waarschijnlijk naar 67 jaar. Om doorwerken na 65 jaar te stimuleren, kunnen mensen na 1 januari 2013 zelf kiezen of ze hun AOW op 65 jaar laten ingaan of later. Voor elk jaar dat de AOW later ingaat, wordt de bruto AOW-uitkering op jaarbasis 6,5% hoger. De ingangsdatum kan maximaal 5 jaar worden uitgesteld. Om er voor te zorgen dat mensen die hun AOW eerder willen laten ingaan, bijvoorbeeld in het kader van eerder stoppen met werken, er niet te veel op achteruit gaan, wordt de AOW-uitkering vanaf 2013 tot en met 2028 jaarlijks met extra 0,6% verhoogd. Het is mogelijk de AOW maximaal 2 jaar eerder (deels) in te laten gaan. in dat geval wordt de AOW-uitkering maximaal 6,5% lager.

Fiscaal

De fiscale regels voor de zogenaamde 'bedrijfspensioenen' worden in lijn gebracht met de hiervoor genoemde verhoging van de AOW-leeftijd. De pensioenrichtleeftijd wordt per 1 januari 2013 verhoogd naar 66 jaar en per 1 januari 2015 verder verhoogd naar 67 jaar.De fiscale aanpassingen betreffen verder ondermeer een verhoging van de AOW-franchise alsmede wijzigingen in de lijfrentepremieaftreksfeer. De jaarruimte wordt in 2013 en nogmaals in 2015 verlaagd.

AFM en het pensioenakkoord

In de volgende editie van Kort & Bondig zullen we kort schetsen wat de AFM van het pensioenakkoord vindt.

En nu?

Pensioenregelingen zullen dus aangepast moeten gaan worden aan een andere pensioenleeftijd. Dit geldt zowel voor de uitkeringsovereenkomsten (middelloon/ eindloon) als de premieovereenkomsten (beschikbare premieregeling). Per 2013 mogen pensioenregelingen (uitkerings- en premieovereenkomsten) geen provisiecomponenten meer in zich hebben. Daar waar van toepassing zullen de verzekeringscontracten die aan de pensioenregeling ten grondslag liggen aangepast moeten worden. Dit kan leiden tot en aangepaste architectuur van de pensioenregeling.

Daar bovenop zullen de premieovereenkomsten per 2015 aangepast moeten zijn aan de zogenaamde 'netto premiestaffels'.

Werk aan de winkel dus!

Uiteraard zullen we verdere ontwikkelingen gemonitord houden en u hierover informeren.